Wat is embouchure en hoe maak je dat?

Op Wikipedia staat geschreven:

Embouchure (van het Franse bouche, mond) – in het Nederlands ook wel verbasterd tot amezuur of ammezuur – is de actie van de lippen die nodig is om een blaasinstrument te bespelen. Voor verschillende instrumenten is een geheel ander type embouchure benodigd:

  • bij koperblazers zoals de trompet zijn de trillende lippen zelf de oorzaak van geluidsproductie
  • bij enkelriet instrumenten zoals de klarinet of saxofoon bestuurt de lipspanning de geluidsproductie indirect (overblazen)
  • bij dubbelriet instrumenten zoals de fagot en hobo wordt door de lipspanning en mond-en kaakstand het riet in trilling gebracht.
  • bij dwarsfluit richten de lippen de luchtstroom richting labium
  • bij blokfluit sluiten de lippen om het mondstuk maar is er nauwelijks sprake van embouchure.

In alle gevallen is het embouchure gerelateerd aan een combinatie van factoren: winddruk (de ademsteun), mond- en/of lipstand ten opzichte van het instrument, spierspanning (buikspieren, middenrif, kaak, mond, lippen, tong), de grootte van de luchtdoorstroomopening en de richting waarin de speler de lucht het mondstuk van het instrument instuurt.

Met het embouchure kan zowel de kleur als de toonhoogte van het geluid binnen bepaalde marges gevormd en indien nodig gecorrigeerd worden, zulks steeds in combinatie met het volume van de klank (de dynamiek).

Waarom is je embouchure belangrijk?

Met de embouchure maak je je eigen geluid. Middels een goede embouchure ben je in staat een goede zuivere toon te produceren. Je kunt vervolgens deze toon ermee omhoog of omlaag sturen, iel of vol laten klinken, klankkleuren aanbrengen, etc.

Ontwikkelen van het embouchure

 In zijn algemeenheid geldt: Door met regelmaat op je saxofoon te spelen ontwikkel je je embouchure. Met name als je net begint met saxofoon spelen merk je dat je soms na 10 minuten oefenen al spierpijn krijgt bij je lippen en mondspieren. Het is belangrijk dat, nadat je de eerste weken doorgekomen bent, iedere dag minimaal een half uurtje oefent. Dat is beter dan 1 keer per week een hele dag. Waar het uiteindelijk om gaat is dat je de spieren die je normaal weinig of niet gebruikt traint om langdurig spanning op te bouwen en deze spieren bewust kunt aansturen.

De onderlip

De onderlip komt op de plek waar het riet van het mondstuk loskomt. Deze plek kan kan je vinden door een stukje papier tussen het riet en het mondstuk te schuiven. Zodra je iets tegendruk voelt is dit de juiste plek. Deze plek ligt ongeveer 1 cm van de tipopening af.
De onderlip moet een rechte gespannen lijn zijn waar je het riet vervolgens oplegt. Als je de onderlip niet spant is het een zacht kussentje. Hierdoor kan het riet niet goed trillen en ontstaat er een slechte doorbloeding, met als gevolg spierpijn. Bij zo weinig mogelijk oppervlakte van je onderlip tegen het riet krijg je de beste trilling van het riet.

Dan het gevaarlijke terrein: Moet de onderlip nu wel of niet licht over de ondertanden liggen?
Laat ik beginnen met dat voor een beginner elke ondersteuning welke de onderlip krijgt om spanning op het riet te brengen meegenomen is. Je onderlip spieren kunnen in het begin waarschijnlijk nog onvoldoende druk op het riet uitoefenen om een mooie toon te produceren.
De eerste manier: Door je onderlip iets over je ondertanden te krullen kan je doormiddel van lichtjes bijten via je onderlip extra druk op het riet uitoefenen. Dit komt je toonvorming als beginner alleen maar ten goede. Je bent sneller op een speelbaar nivo en de toon is met ondersteuning van onderlip en tanden goed te controleren. Een nadeel is dat te hard bijten je onderlip beschadigd (jonge kinderen hebben door hun scherpere tanden hier meer last van).
Dit is een methode welke in het klassiekere muziekonderwijs (harmonie/fanfare) vaak word toegepast. Het zuiver kunnen spelen van noten in deze bezettingen is van groot belang. Elke onzuiverheid word direct opgemerkt.

De tweede manier is je onderlip niet over je ondertanden krullen. Dit vergt sterkere spieren rond je onderlip en kost dus meer tijd en een stuk langere oefening voordat je dit beheerst. Maar als je dit eenmaal beheerst krijg je er wel veel voor terug. Je kunt de klank beter sturen, je eigen geluid creëren. De te spelen noot kan makkelijker omhoog of omlaag (bij)gestuurd worden.  Dit is vaak gewenst in de vrijere muziek gernes zoals jazz, funk en pop.

Welke methode nu te kiezen? Overleg met je docent en kijk met name naar welke muziekgerne je straks wilt gaan spelen. De eerste manier kan een snellere start geven, je kunt naderhand altijd nog overschakelen naar de tweede manier. Ik heb onderaan dit artikel nog 3 korte filmpjes geplaatst (engelstalig) welke duidelijk de verschillen laat zien en horen. Zelfs als je de engelse taal niet beheerst kan je de essentie er wel uithalen denk ik.

De stand van de boven- en ondertanden

Wanneer je de boventanden op het mondstuk zet zakt de kaak omlaag. Hiermee houdt je het embouchure ontspannen. De boventanden staan ongeveer 1 cm vanaf de tipopening op het mondstuk daar waar het riet los komt van het mondstuk. De onderlip komt op ongeveer gelijke hoogte. De boventanden zijn het fixatiepunt van het embouchure. Als je voorzichtig aan de hals van de saxofoon trekt moeten de boventanden het mondstuk op zijn plaats houden.
Als je het mondstuk te ver in je mond steekt is het geluid open en schel. Als je het mondstuk niet ver genoeg in je mond steekt verhinder je het riet om vrij te trillen en is het geluid dof en gesloten.

Zuiverheid

Met je embouchure kan je de precieze hoogte van de toon bepalen. Het kost tijd om dit te leren. De saxofoon is een van die instrumenten welke van nature onzuiver zijn. Er is er geen een hetzelfde. Je moet de tonen dus bijsturen. Als je van saxofoon wisselt zul je merken dat deze weer op een andere manier bijgestuurd moet worden!

De mondholte

De mondholte speelt ook een belangrijke rol bij de toonvorming. Zo kun je de mondholte vergroten en verkleinen welke direct je voortgebrachte geluid beïnvloed. De voorkant van de mondholte wordt afgesloten door het gebit en de lippen. De bovenkant wordt afgesloten door het harde verhemelte vóór en het zachte verhemelte met haar spieren achter in de mondholte. De onderkant wordt afgesloten door de tong, die aan de mondbodem en het tongbeen vastzit. Deze mondbodem bestaat ook uit spieren. De tongrug en tongpunt bewegen vanaf hun basis op de mondbodem en het tongbeen. De tong beweegt dus vrij naar voren, boven en achteren toe. Achter in de mond (keelholte) bevinden zich verschillende spiergroepen, die naar gelang hun functie de holte kunnen vernauwen of juist vergroten. Als je deze spieren allemaal kunt beheersen kan je hier handig gebruik van maken tijdens je uitvoering.

Toonkwaliteit en vibrato

Uit bovenstaande tekst is wel duidelijk dat de saxofoon je toestaat een heel eigen geluid te ontwikkelen, dat anders is dan van andere saxofonisten. Dit maakt de saxofoon tot een extreem artistiek instrument. Ook kan je in je eigen geluid een heel scala van verschillende kleuren gebruiken die je in staat stellen veel stijlen te spelen. Van klassiek tot hedendaagse muziek, van jazz tot pop…

Over de het geluid van de saxofoon bestaan dan ook verschillende opvattingen. Ondanks het jonge bestaan van de saxofoon zijn er diverse stromingen te onderscheiden. In de klassieke wereld heb je de Franse school welke de voorkeur geeft aan een helder geluid met een vrij snel vibrato, of de Raschèr stroming welke speelt met een veel donkerder geluid en een langzamer vibrato. Dan heb nog jazz, bigband, funk en pop met hun eigen karakteristieken. Het is belangrijk dat je je bewust wordt van de keuzes die je zelf maakt over je eigen geluid. Natuurlijk maak je die keuzes in eerste instantie intuïtief, maar door te weten hoe andere saxofonisten spelen, kan je beslissen wat je bevalt.

De toonkwaliteit wordt bepaald door het embouchure en de bouw van de speler. De trillingen die de saxofoon produceert resoneren op een eigen manier in elk lichaam. Dit bepaalt het basisgeluid. Verder is het ‘randje’ van het geluid te beïnvloeden door gebruik te maken van de holtes in de mond en keel.
Experimenteer met lange noten en met langzame muzikale frases om de toonkwaliteit te ontwikkelen. Luister goed naar het geluid en leer om te verbeteren en veranderen, als dat nodig is, door de onderlip meer naar buiten of naar binnen te plaatsen, de boventanden meer naar voren of achteren te plaatsen en/of de opening van de keel te variëren.
Het is erg belangrijk om tijdens het werken aan de toonkwaliteit ook aan de stemming te werken. Je mag geen tonen onthouden die wel goed klinken, maar te hoog of te laag zijn. Daarom moet je de toon voorstellen voordat die klinkt. Gebruik hierbij een stemapparaat.

Vibrato

Vibrato op een saxofoon maak je door een noot te variëren in toonhoogte op zo’n manier dat de oorspronkelijk toonhoogte herkenbaar blijft. Grafisch weergegeven gebeurt dat bij voorkeur volgens een sinusgolf. De snelheid en de amplitude worden bepaald door de afstand tussen het riet en het mondstuk te vergroten (toon wordt lager), en te verkleinen (toon wordt hoger).

Marcel Mule

Marcel Mule, een belangrijke saxofoonpionier, zegt over het vibrato:

“Het vibrato, indien goed gebruikt, voegt een verfijnde dimensie aan de sonoriteit van de saxofoon toe, die voor een glorieuze expressieve toon zorgt […] Het (vibrato) is natuurlijk, we worden omgeven door golven. Het vibrato van de saxofoon zorgt voor dat essentiële element van expressie dat nodig is voor de succesvolle interpretatie van muziek.”(Marcel Mule, His Life and the Saxophone, Eugene Rousseau, 1982, vertaling Ties H. Mellema)

 

Vibrato is een golvende beweging van de toon. Het ontstaat als je de kaak licht op en neer beweegt. Hierdoor is een duidelijke regelmatige golfbeweging in de toon te horen. Oefen in het begin met langzame kaakbewegingen om later langzaam het tempo te verhogen. Hoewel de snelheid en amplitude worden bepaald door de persoonlijke smaak en voorkeur van de speler is het toch verstandig het vibrato ‘droog’ te oefenen. Zet een metronoom op een laag tempo, een speel één vibratogolf per slag. Verhoog het tempo door twee golven per slag te maken, dan drie, enzovoort. Ook verandert de mondholte bij deze beweging, vibrato wordt namelijk gemaakt door de onderkaak naar boven en beneden te bewegen.

 

2 reacties

  1. Hoi
    Als trompetist heb ik een vraag aan u.
    Speel al op een aangemeten mondstuk wat goed is.
    Het gaat mij erom om z.n 2/3 uur goed te kunnen spelen.
    Er zijn n.l kapellen die de hele avond spelen en geen valse toon hoort.Hou kan dat?
    Eerste twee uur gaat bij mij goed en dan word het langzamerhand minder.
    Kunt u mij korte omschrijving geven en wat ik moet doen om een goede Embouchure te krijgen??
    Speel al bijna elke dag z.n 20 minuten,de een zegt lange noten spelen en toonladders.
    Dus wat moet ik doen B.V.D.

    B Pruisman

    1. Dag Bart,

      zoals in het artikel staat beschreven heeft embouchure alles te maken met spieren rondom de mond, nek en luchtwegen.
      Als na 2 a 3 uur goed spelen het allemaal minder wordt heeft dat direct te maken met de spieren welke vermoeit raken.
      Een sporter welke iedere dag 20 minuten rent (traint) kan ook nog niet een marathon lopen. Deze sporter zal langere afstanden moeten afleggen tijdens zijn training om uiteindelijk die marathon te kunnen lopen.
      Zo ook bij een blazer, deze zal ook langer als 20 minuten moeten spelen om uiteindelijk een hele avond te kunnen spelen.

      De blazer (of het orkest zo je wilt) heeft nog wel wat speelmogelijkheden. Er zijn muziekstukken welke veel van je embouchure vragen en stukken welke minder embouchure vragen. Je zult zien dat deze makkelijkere stukken vaak op het eind van een concert/avond worden geplaatst. Dat is de reden dat gemiddelde kapellen toch een hele avond kunnen spelen. Ook een rustpauze van 20 minuten tussen de verschillende sets kan al voor voldoende herstel zorgen.

      Mijn advies is toch om je speeltijd van nu 20 minuten per dag minimaal 1 a 2 x per week te gaan verlengen naar bijvoorbeeld een uur en langer om hiermee je spieren die het embouchure vormen te trainen op uithoudingsvermogen. Je zult zien dat al na enkele weken je veel langer aan een stuk goed kunt spelen. Succes.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.